Zorgt vernatting voor meer leverbot?

Leverbot is een parasiet die de gezondheid van vee ernstig kan aantasten. De parasiet wordt overgedragen via de leverbotslak, die zich vooral thuis voelt in natte veenweidegebieden. Daarom heeft het IPV een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van verschillende vernattingsmaatregelen op de verspreiding van deze leverbotslak. Het onderzoek is uitgevoerd door Tempelman Ecologie, Natuurlijke Zaken van Landschap Noord-Holland  en Wageningen Livestock Research. Deze maand werd het rapport met de resultaten en conclusies opgeleverd.

De leverbot is een naar beestje, hij baant zich een weg dwars door de darmwand van de koe heen naar de lever. Dat veroorzaakt chronische infecties en bloedingen bij het vee. Een geïnfecteerde koe poept per dag 4.000 tot 7.000 leverbot-eieren uit. De larven uit deze eieren koppelen zich vervolgens aan de gastheer, de leverbotslak. Via het gras belanden ze uiteindelijk weer in de maag van de koe.”

Onderzoek naar de tussengastheer

De leverbotslak is als tussengastheer essentieel voor de verspreiding van de leverbot. Daarom is de aanwezigheid van de leverbotslak een goede voorspeller van problemen door de parasiet. Met goed speurwerk is het voorkomen van de slak vast te stellen. Het kleine slakje leeft op natte plekken in het gras, vaak in de buurt van greppels. Met dit onderzoek is uitgezocht of de verschillende vernattingsmaatregelen leiden tot het meer voorkomen van de slak dan onder normale omstandigheden.

Veldwerk onder vochtige omstandigheden

Tijdens het onderzoek zijn er op vier locaties leverbotslakjes geteld op drie momenten in het jaar (met vochtig weer en een temperatuur tussen de 10 en 25 graden). Het ging om twee stukken land met greppelinfiltratie en twee stukken land met drukdrains. Ter controle zijn van deze percelen ook referentiepercelen onderzocht. Bij de greppels zijn de slakjes geteld in de greppel en op 1 ½ en 3 meter naast de greppel. Het onderzoek is uitgevoerd in een relatief droog jaar (2020).

Resultaten

De resultaten van deze tellingen zijn inmiddels geanalyseerd en beschreven in een rapport. Daaruit komt naar voren dat op de percelen met vernattingsmaatregelen meer leverbotslakjes werden aangetroffen maar dat ook op de natte gedeeltes van de referentiepercelen slakjes aanwezig waren. Door de maatregelen leek het  aantal slakjes toe te nemen, maar het waren de natte plekken als zodanig waar de slakjes werden waargenomen.  Daar waar geen water stond werden geen slakjes gevonden. Praktisch gezien voor een veehouder betekent dat vernatting zeker meer risico op leverbot met zich meebrengt, ongeacht de oorzaak hiervan. Het hele rapport kun je hier teruglezen.