Persbericht Innovatie Programma Veen afgerond, vijf jaar pionieren in het veen

Persbericht                                                                            

Innovatie Programma Veen afgerond; Vijf jaar pionieren in het veen

 

Is het mogelijk; agrarische bedrijfsvoering in de veenweidegebieden en vernattingsmaatregelen voor bodembehoud? Met die vraag is vijf jaar geleden het Innovatie Programma Veen van start gegaan. Na vijf jaar onderzoek en experimenteren kun je concluderen dat een andere manier van landgebruik pionieren is. Het IPV, gestart in 2017, komt voort uit de behoefte van de Noord-Hollandse agrarische sector, natuurbescherming en overheden. Zij deden onderzoek naar de mogelijkheden voor veenbehoud met behoud van melkveehouderij of nieuwe natte teelt zoals lisdodde en azolla.

De rode draad van het onderzoek was het remmen van bodemdaling en het verminderen van broeikasgas uitstoot, zonder dat het verdienmodel van de boer achteruit gaat. De praktische aanpak, gestoeld op een economische basis voor de landbouw, geeft waardevolle inzichten in maatregelen voor veenbehoud en de invloed van die maatregelen op onder andere bodemdaling, broeikasgas uitstoot, waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap.

Gedeputeerde Esther Rommel (Natuur en Bodemdaling) kreeg het eerste eindrapport overhandigd tijdens het slotsymposium van het Innovatie Programma Veen. “Ik ben er trots op dat in korte tijd zoveel is bereikt. We weten nog niet alles, maar zien genoeg mogelijkheden om de bodemdaling daadwerkelijk aan te pakken”.

Omdat vernatten van de bodem zorgt voor veenbehoud en broeikasgasuitstoot vermindert, zijn twee maatregelen onderzocht: melkveehouderij met hoger grondwaterpeil en natte teelten.

Melkveehouderij met hoger grondwaterpeil
Bij melkveehouder Elmer Kramer in Assendelft is drukdrainage in een perceel aangelegd en zijn bestaande greppels gebruikt om water in te laten. De drukdrainage en de greppelinfiltratie brengen (vooral in de zomer) water in de graslandpercelen, waardoor de bodem natter blijft en veen beter behouden blijft. Bij beide maatregelen is vastgesteld dat ze bijdragen aan veenbehoud, de bodemdaling remmen en de broeikasgas uitstoot verminderen. Het sturen met water vergt wel nieuwe kennis en investering.

Natte teelten
Lisdodde en azolla zijn als nieuwe teelten getest in het Zuiderveen. Deze natte teelten groeien met een grondwaterstand net onder of boven het maaiveld. Er is nog weinig ervaring met natte teelten. Het IPV was één van de eerste initiatieven die op grotere schaal onderzoek deed naar het zaaien, inplanten, groeien en oogsten. Afgelopen vijf jaar is hier veel waardevolle kennis over opgedaan. Over optimale zaaitechnieken, voedingsvraag van het gewas en plagen en ziektes bijvoorbeeld. Ook is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de nieuwe teelten te vermarkten. De conclusie: er liggen kansen voor de afzet van lisdodde en azolla, bijvoorbeeld als bouwplaten, als substraatteelt, als veevoer of als isolatie. Maar er zijn nog veel onzekerheden. Natte teelten zijn nog geen bedrijfszeker alternatief voor agrariërs. Ook is meer onderzoek nodig naar de broeikasgasuitstoot van de teelten.

Vijf jaar meten is kort
Het IPV heeft vijf jaar zeer divers en intensief gemeten, dit heeft veel informatie opgeleverd. Maar een meetreeks van vijf jaar is kort. Met name voor bodemdaling en broeikasgasuitstoot is een langere meetreeks van zo’n 10 jaar nodig om goede conclusies te trekken. Dat komt doordat beide door vele factoren beïnvloed worden. Denk aan bodemtemperatuur, type bodem, bodemleven, het weer, bemesting, waterkwaliteit en vorm van beweiding of type teelt. Het doen van de metingen bracht ook uitdagingen met zich mee. Het meten van broeikasemissie en bodemdaling bij lisdodde was bijvoorbeeld nog niet eerder gedaan. In het IPV zijn daarom verschillende meetmethodes ontwikkeld. De komende jaren zullen metingen worden gecontinueerd zodat er langere meetreeksen opgebouwd worden.

Samenwerking
Samenwerking is essentieel in een innovatief programma en met elkaar meedenken bleek cruciaal voor de resultaten van het IPV. Doordat lokale overheden, provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, gemeente Zaanstad, Water, Land & Dijken en Landschap Noord-Holland goed met elkaar samenwerkten, kon het IPV grote stappen zetten. Wetenschappers, adviseurs en vrijwilligers, allemaal speelden ze een cruciale rol bij het vinden van oplossingen.

Vervolg
De IPV-locatie Zuiderveen (natte teelten) zal als proeflocatie blijven fungeren Hierbij zal op landelijk niveau samengewerkt worden met andere proeflocaties zoals Veenweiden Innovatie Centrum (VIC) en locaties in de provincie Friesland.

Agrarische natuurvereniging Water, Land & Dijken is bezig met het oprichten van een loket veenweideboeren. Binnen dit loket komt kennis, subsidie en advies beschikbaar met betrekking tot vernattingsmaatregelen.

—einde persbericht—-

Niet voor publicatie:

Het Innovatie Programma Veen
Centraal in het IPV staat de vraag: Hoe kun je de bodemdaling tegen gaan, en toch economisch rendabele agrarische bedrijven in Laag-Holland een toekomst geven? Het Innovatie Programma Veen gaat mogelijke oplossingen in de praktijk testen in het gebied, waarbij het streven is de bodemdaling met 90% te beperken. Binnen het programma wordt ook gekeken naar de effecten van deze vorm van landbouw op de bodemdaling, de uitstoot van broeikasgassen, de waterkwaliteit, de natuur en het landschap. Het IPV is een initiatief van Landschap Noord-Holland en Vereniging voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer Water, Land en Dijken en is gefinancierd door Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de gebiedscommissie Laag-Holland, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het Veenweiden Innovatiecentrum (VIC). Aan de onderzoeken werkten Wageningen UR Livestock Research, B-ware en The spring Company mee.

Voor vragen over dit persbericht kunt u contact opnemen met:

Roel van Gerwen (programmamanager IPV), Natuurlijke Zaken (zakelijke dienstverlening Landschap Noord-Holland), mobiel: 06 33346976, e-mailadres: r.vangerwen@natuurlijkezaken.nl.

Klik hier voor de .pdf van het persbericht.