Om te bepalen of vernatting met drukdrains leidt tot betere voedselomstandigheden voor weidevogels, onderzoekt het IPV hoeveel wormen er in de bovenste 10 cm van de bodem zitten. Dit onderzoek is gestart in 2019 en gaat nog door tot eind 2021.

Beschikbaar voedsel voor weidevogels

Het dieet van volwassen weidevogels bestaat voor het grootste deel uit wormen en emelten en kevers en torretjes. De aanwezigheid van deze diertjes zegt nog niet genoeg. Ze moeten ook beschikbaar zijn voor de weidevogels. Dat betekent dat ze zich vooral in de bovenste 10 cm van de bodem moeten bevinden. Daarnaast is het van belang om onderscheid te maken tussen rode wormen en grijze wormen. De rode wormen komen aan de oppervlakte, terwijl de grijze wormen dit niet doen en alleen beschikbaar zijn voor vogels met een langere snavel zoals grutto.

Grutto’s kunnen met hun lange snavel ook bij wormen dieper in de bodem. Foto: Wikimedia Commons, Fred Vloo

Wormen tellen

Tijdens het weidevogelseizoen van 2019 deden de onderzoekers elke vier weken een meting naar het aantal beschikbare wormen en emelten, zowel op het perceel met drukdrains als op een referentieperceel. Dat deden zij door met een spade een bodemmonster te nemen van de bovenste 10 cm van de grond. Vervolgens telden zij hoeveel wormen en emelten erin zaten. Zij namen steeds 6 steekproeven, twee aan de rand en vier in het midden van het perceel. De hoeveelheid wormen en emelten verschilt namelijk per plek.

De eerste resultaten zijn gunstig

De eerste resultaten wijzen erop dat vernatting met drukdrains inderdaad leidt tot meer wormen en emelten in de bovenste 10 cm van de bodem. In maart zijn er zelfs twee keer zoveel wormen aangetroffen op het perceel met drukdrains dan op het referentieperceel. Om een nog beter beeld te krijgen van de beschikbaarheid van voedsel voor weidevogels, wordt het wormenonderzoek de komende twee jaar herhaald. Nu de weidevogels in Nederland zijn teruggekeerd en het broedseizoen weer is begonnen, gaat het veldwerk weer van start.

Lees hier meer over ons weidevogelonderzoek >