Terwijl er nog flink gepionierd wordt met de teelt van natte gewassen, probeert Pim Engels de te ontwikkelen producten alvast aan de man te brengen. Schaal, duurzaamheid, certificering en een goede prijs (voor boer én afnemer): er komt nog heel wat bij kijken.

Pim Engels is directeur van NextEconomy.nu, een platform dat met bedrijfsleven en overheid werkt aan innovatie, technologie en marktontwikkeling voor de nieuwe (en circulaire) economie. Binnen het Innovatieprogramma Veen probeert hij, samen met Alexander Laarman (business development), de markt warm te krijgen voor producten uit natte teelt zoals lisdodde en Azolla voor onder meer de bouwsector en de markt voor veevoer.

Waarom is die markt en keten zo belangrijk?

‘Een van de doelen van het Innovatieprogramma Veen is ervoor zorgen dat agrariërs ook nog een boterham kunnen verdienen als hun veld onder water staat en er geen gras meer kan groeien. Er wordt onderzocht wat lukt met drainage, maar als dat niet werkt is natte teelt een alternatief. Wij zoeken uit of de producten uit natte teelt een gelijkwaardig of liefst een beter alternatief zijn voor melk, oftewel: of de boer er per hectare minimaal hetzelfde aan overhoudt. Anders krijg je boeren niet in beweging.’

Moet je dat nu al oppakken? Misschien wordt het niets met die natte teelten.

‘De ontwikkeling van de landbouw, de teelt, heb je min of meer zelf in de hand, maar de markt niet. Als de markt interesse heeft dan zal ze snel zeggen: geweldig, maar dan heb ik wel zoveel ton nodig. We moeten dat nu al verkennen. Ook moeten we van de te ontwikkelen producten de prijs in beeld brengen om na te gaan of deze concurrerend is met melk.’

Waar zie je de meeste kansen?

‘Ik verwacht nu het meest van lisdodde. In de teelt hebben we de eerste resultaten en we weten er ook het meeste van. In Duitsland wordt typhaplaat, plaatmateriaal van lisdodde, al gebruikt bij de restauratie van bepaalde vakwerkwoningen. Lisdodde heeft gewoon heel bijzondere eigenschappen. Als je het onder de microscoop bekijkt is het net een waterbed met allemaal compartimenten. Het heeft een hele grote isolatiewaarde; met typhaplaten kan je huizen duurzaam isoleren. Gunstig voor de energietransitie en ook nog eens een natuurlijk materiaal. Bovendien heeft de plant aan de ene kant heel veel flexibiliteit en aan de andere kant heel veel sterkte en is het brandwerend.’

Hoe pakken jullie de marktverkenning aan?

‘We zoeken kansen in de sectoren bouw, food, feed en verpakking. We hebben kennis van de inhoud en van de markt en werken daarmee van buiten naar binnen – we denken vanuit die markt dus. Dat is anders dan in de rest van het programma. We doen meer dan onderzoeken alleen. Dat maakt het ook heel spannend.

We zijn dit jaar begonnen met een nulmeting: wat weten we en wat hebben we? De lisdodde hebben we – we weten althans dat het lukt – dus dat is ons startpunt. Daarna zijn we de markt opgegaan: hebben jullie interesse? Die is er. De volgende stap is het productieproces. We hebben daarvoor ook in Duitsland en België gekeken. Dat willen we uiteindelijk in Nederland organiseren dicht bij de teelt, duurzaam dus.’

Wat heeft de markt nodig?

‘Het belangrijkste is of producten van lisdodde concurrerend zijn. Het moet de boer natuurlijk genoeg opleveren, maar als typhaplaat niet concurrerend is wil de markt het niet hebben en houdt het op. Daarnaast moet elk product straks ook gekeurd worden. Wil je een typhaplaat als saunawand gebruiken dan moet je daar een certificering voor hebben. Wil je het als een plafondplaat gebruiken, dan heb je weer een andere vergunning nodig.’

Welke uitdagingen zijn er?

‘Het productieproces kan nu bijna helemaal duurzaam ingericht worden. We willen dat laatste stukje ook duurzaam krijgen. Dat kunnen we ook goed gebruiken als we producten straks als merk in de markt gaan zetten. Dat iedereen weet: o, dat is dat fantastische, ecologische isolatiemateriaal.
De tweede uitdaging is dat de teelt de productie straks moet kunnen bijbenen. De markt zal druk gaan leggen. Dat is in ieder geval nu onze verwachting. Tegelijk moeten we de verwachtingen ook managen – we moeten uiteindelijk monitoren hoe markt en teelt zich ontwikkelen en snel schakelen als het kan.

We gaan nu heel systematisch verder, met een aantal fieldlabs en productontwikkeling. Voor Azolla gaan we uiteindelijk hetzelfde doen, dat is een heel eiwitrijk plantje dat interessant is voor de veevoerindustrie. De kunst wordt om de teelt, productie en markt bij elkaar te brengen. Daarmee zoeken we een winnend gewas dat in water geteeld kan worden, de bodemdaling stopt, CO2 reduceert én die goede prijs oplevert.’

Lees meer over de plannen voor 2019.