Nieuwe economische kansen voor agrariërs in Laag-Holland

Natte teelten kunnen een aanvulling vormen of een alternatief bieden voor de bedrijfsactiviteiten van melkveehouders in Laag Holland. En kunnen bovendien de bodemdaling in veenweidengebieden tegengaan. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit een marktonderzoek van Landschap Noord-Holland en Water, Land en Dijken. Beide organisaties werken aan het Innovatie Programma Veen (IPV). Een programma waarin wordt geëxperimenteerd met het multifunctioneel agrarisch bedrijf in veenweidegebied.

Natte teelten zijn interessant voor de markt….

De resultaten van de marktverkenning bieden interessante aanknopingspunten om met paludicultuur, oftewel natte teelten te gaan experimenteren in een pilot. Ook veeteelt met een aangepast waterpeil en peil gestuurde drainage biedt mogelijk kansen. Vandaar dat binnen het IPV juist de combinatie van veeteelt en natte teelten wordt onderzocht. In de marktverkenning is goed gekeken hoe natte teelten aansluiten op markttrends en in hoeverre deze teelten concurrerend zijn met andere teelten op de wereldmarkt. Er is ook een dialoog met het bedrijfsleven opgestart, waarin wordt verkend hoe productketens tussen agrariër en consument kunnen worden ontwikkeld. Als resultaat hiervan heeft een groot aantal bedrijven een intentieverklaring getekend voor het testen en ontwikkelen van nieuwe producten en opzetten van ketens. Paliducultuurgewassen bieden ook een duurzaam alternatief voor bestaande producten: bijvoorbeeld veenmos als vervanger voor tuinturf dat nu vooral wordt afgegraven in de Baltische staten, lisdodde als alternatief voor glaswol-isolatieplaten of Azolla in de toekomst mogelijk zelfs als vleesvervanger voor menselijk consumptie.

….en voor de agrariër zelf als veevoer voor het eigen vee

Natte teelten kunnen ook bijdragen aan de verduurzaming van de bedrijfsvoering van bestaande melkveehouders. De agrariër kan natte teelten benutten als krachtvoer voor het eigen vee. Dit biedt een duurzaam alternatief voor bijvoorbeeld import-soja geteeld in gebieden waar regenwoud wordt gekapt. Doel is een gezonde basis voor de agrariër, die zelf kiest hoe hij in de toekomst zijn bedrijf inricht: met natte teelten als aanvulling op de bedrijfsvoering of als alternatief. Hierbij speelt de prijsvorming van zowel melk en vlees als oogst van natte teelten een belangrijke rol.

Geschikte gewassen

In de marktverkenning zijn een aantal gewassen benoemd die commerciële potentie hebben. Bijvoorbeeld lisdodde, veenmos en Azolla of kroosvaren. Ook redelijk kansrijk zijn fruitsoorten als cranberry, veenbraam en blauwe bes. Per gewas zijn de marktkansen verschillend. De vraag naar lisdodde is groter dan het aanbod, er zijn fabrieken die de lisdodde kunnen verwerken tot onder andere isolatiemateriaal bij bouwprojecten, maar er is te weinig aanbod. Ook de vraag naar alternatieve eiwitten is groeiende in de markt van dierlijke en humane voeding. Azolla heeft serieuze kansen om en schaalbaar alternatief te worden voor de veevoerindustrie. Bedrijven zijn geïnteresseerd om Azolla te testen en verder te ontwikkelen.

Start proefboerderij

Het marktonderzoek biedt een eerste indicatie voor de kansrijkheid van natte teelten. De volgende stap is om deze teelten ook daadwerkelijk te gaan verbouwen, oogsten en vermarkten. Het IPV wil een proefboerderij opzetten waar gewassen geteeld kunnen worden in combinatie met veehouderij. En samen met het bedrijfsleven de teelten door ontwikkelen tot grondstoffen als basis voor duurzame producten. Er wordt hard gewerkt om in samenwerking met de Provincie Noord-Holland en Hoog Heemraadschap Hollands Noorderkwartier deze proefboerderij op te zetten.

Lisdodde kent veel toepassingen, vooral in de sector van duurzame (bio) bouwmaterialen zoals isolatie- en plaatmateriaal, bio-laminaat, lijmen en vloerdelen. Ook is lisdodde geschikt voor veevoer en zelfs humane consumptie.

Veenmos is goed te vermarkten als decoratiemateriaal, orchideeënsubstraat en turfvrije potgrond, een duurzaam alternatief voor het afgraven van veengebieden in Duitsland en de Baltische Staten.

Azolla of kroosvaren: Wordt in Azië en Afrika al op grote schaal toegepast voor veevoeder en groenbemester. Bij verfijning van het raffinageproces kan het op de middellange termijn ook worden omgezet tot bio-ethanol en eiwitrijke veevoeders. Nog wat verder in de tijd kan het eiwitrijke plantje zelfs worden toegepast als vleesvervanger voor humane consumptie.