Natter veen klinkt minder in én stoot minder broeikasgassen uit. Maar dat is niet onder alle omstandigheden zo. Wat gebeurt er precies en waarom? In 2019 meten we voor het eerst aan de uitstoot van broeikasgassen.

Wanneer veen in contact komt met zuurstof, breekt het af en daalt de bodem. Daarbij komt ook veel CO2 vrij, ongunstig in het licht van klimaatverandering. Vernatten van veen vermindert de CO2-uitstoot.

De andere kant van het verhaal: in nat veen kunnen vaker bacteriën voorkomen die methaan produceren. Methaan is net als CO2 een broeikasgas; methaan is zelfs 30 keer sterker dan CO2.

Vernatten van veen hoeft dus niet onder alle omstandigheden goed te zijn voor het klimaat. Hoe het precies zit weten we niet. Onderzoekscentrum B-Ware, de Radboud Universiteit en de Kytalyk Geosciences gaan de komende twee jaar gasmetingen doen om het uit te zoeken.

Gasmeting met aquarium

Dat doen ze met een zogenoemde fluxkamer, gekoppeld aan een gas analyzer. Een fluxkamer is een soort omgekeerd aquarium dat alle gassen opvangt die uit het veen vrijkomen. De gas analyzer meet vervolgens de concentraties. Zo weet je hoeveel CO2 en methaan er worden uitgestoten per oppervlakte en per tijdseenheid.

Opstelling automatische fluxkamers waarbij methaan en CO2 worden gemeten op het drukdrainperceel in Assendelft. Foto: Bas van de Riet

Meten doen de onderzoekers op verschillende plekken: op percelen met drukdrainage, op referentiepercelen en op de percelen met de natte teelten. Ook meten ze op verschillende momenten, zodat we in beeld krijgen wat er gebeurt in welk seizoen en tijdens welke weersomstandigheden. Met een 24-uurs fluxkamer wordt ook langere tijd achter elkaar gemeten. Dat is vooral van belang voor de methaanuitstoot. Methaan komt niet gelijkmatig vrij, maar in bellen. Als je alleen een ‘moment’ meet geeft dat een vertekend beeld.

Uiteindelijk kun je met al die meetgegevens aangeven wat omschakelen naar een (alternatief) landgebruik op nat(ter) veen oplevert op de broeikasgassenbalans.

Knoppen in kaart brengen

De gasuitstoot hangt af van meerdere factoren. Die willen we ook graag in kaart brengen. We weten bijvoorbeeld dat de methaanuitstoot in zwavelrijke venen lager kan zijn, omdat zwavelbacteriën de methaanbacteriën onderdrukken. De onderzoekers meten daarom meer dan de gasuitstoot alleen, bijvoorbeeld de bodem- en waterchemie, bodemtemperatuur en de grondwaterstand, maar ook hoe de vegetatie zich ontwikkelt.

Ideaal gezien weten we straks hoe we het veen moeten behouden met weinig broeikasgasuitstoot, vertelt projectleider Bas van de Riet (B-Ware). ‘Uiteindelijk willen we graag weten wat in het IPV de sleutelprocessen zijn en hoe je die kunt beïnvloeden. Je kunt dan maatregelen nemen, bijvoorbeeld om het veen iets minder nat te maken, zodat je enerzijds de methaanuitstoot minimaal houdt en anderzijds de veenafbraak maximaal remt. De vraag wat de verschillende vormen van nat landgebruik doen met de broeikasgassenbalans en hoe we die zo optimaal mogelijk kunnen beïnvloeden gaan we komende jaren dus meten.”

Gasmetingen in de proeftuinvakken in het Zuiderveen. In het water staat de fluxkamer; deze zit met slangen verbonden aan de gas analyzer in de gele koffer. Foto: Bas van de Riet.