Baat het niet dan schaadt het niet, dacht melkveehouder Elmer Kramer drie jaar geleden toen hij gevraagd werd voor het Innovatieprogramma Veen. Inmiddels staat de problematiek van bodemdaling volop in de schijnwerpers en wil iedereen het liefst morgen al resultaten zien.

Elmer (39) is de vierde generatie Kramers die op Assendelftse veengrond boert. Hij houdt tweehonderd koeien op 126 hectare land – precies het soort ‘representatief’ bedrijf waarnaar het Innovatieprogramma Veen op zoek was. Toen het IPV drie jaar geleden belde met de vraag of hij een vijfjarige praktijkproef met drukdrainage zag zitten, was hij eigenlijk direct enthousiast. ‘Baat het niet dan schaadt het niet, dacht ik. Het ging om 14 hectare grond, het risico leek mij nihil. En het concept stond mij wel aan. Ik kende drainage alleen als systeem met een open verbinding naar de sloot. Drukdrainage met een extra vat kun je veel beter sturen.’

Voorzichtig resultaat na één jaar

Vorig seizoen kon voor het eerst op één perceel met drukdrains geëxperimenteerd worden. Het waterpeil bleef ongeveer 40 centimeter onder het maaiveld – helemaal voldoende bijpompen lukte niet in die uitzonderlijk droge zomer. ‘Ook op het gedraineerde perceel viel de grasgroei uiteindelijk stil. Toch zag je verschil met het referentieperceel. Er waren geen open plekken of onkruid. En de schade blijkt nu nihil. Dat merkten we al afgelopen herfst. Direct na de regen wist het gras zich te herstellen.’

Dit jaar is Elmer half april alweer begonnen om water bij te pompen. ‘Dat is uitzonderlijk vroeg, want veenverbranding treedt meestal pas op in de tweede helft van de zomer. Maar je merkt dat het nu alweer droger wordt. We willen het dit jaar wat beter bij gaan houden.’

Politiek vraagstuk

De grootste uitdaging van het onderzoek is uitzoeken of drukdrainage werkt om bodemdaling tegen te gaan en hoe het praktischer kan voor de melkveehouder. Daarna moet het ook uitgerold kunnen worden. Boeren moeten weten wat het kost en wat het oplevert, gelooft Elmer, en een potje aanjaaggeld zal ook helpen. Anders blijft het een luxe-investering, afhankelijk van jaren met hoge melkprijzen.

Uiteindelijk is het ook vooral een politiek verhaal: wat willen we met onze veenweidegrond en wie gaat het betalen? Echt zorgen maakt Elmer zich niet, hoewel waardevermindering boeren nu al boven het hoofd hangt: als de politiek besluit dat het land onder water moet, wordt het minder waard. ‘Het maakt nu al veel verschil of je een hectare in de Flevopolder koopt of in het veenweidegebied. Politieke keuzes kunnen boeren ernstig duperen. Zover is het nog lang niet, maar de politiek neigt er wel naar om alles maar onder water te zetten. Dat voelt niet lekker, alsof je geen zeggenschap hebt over je eigen grond. Daarom is dit soort pilots zo belangrijk.’

Niet te snel conclusies trekken

Nu heeft iedereen alleen nog een beetje geduld nodig, vindt hij. Toen het Innovatieprogramma Veen van start ging had niemand het over bodemdaling. Dat is nu wel anders. Media, politiek en maatschappij buitelen over elkaar heen: iedereen vindt er wel wat van. ‘Ik had niet gedacht dat het zo’n item zou worden. Ik weet niet of ik er met de kennis van nu nog zo makkelijk was ingestapt. Ik heb al zeven tv-ploegen op het erf gehad. Er wordt met een heleboel ogen gekeken. Je voelt de druk, iedereen wil het liefst meteen resultaat. Dat is jammer. Er worden nu overal conclusies getrokken, maar dat kan eigenlijk pas over een paar jaar.’

Dat geldt niet alleen voor de drainageproeven op zijn eigen land, ook voor de proeven met natte gewassen. ‘Ook daar wordt veel te hard geroepen dat het dé oplossing is. Maar dat weten we nog helemaal niet. Ik geloof best dat het een uitkomst kan zijn, maar helemaal overstappen zou het einde van de melkveehouderij betekenen. Ik vind dat het veenweidegebied voor de melkveehouderij alles in huis heeft. Het percentage boeren dat in veenweidegebied weidegang toepast ligt hoog, het land is vruchtbaar voor gras en er zijn heel goede kansen voor kringlooplandbouw. Het zou zonde zijn als dat verloren zou gaan.’