Het telen van natte gewassen heeft nog best wat voeten in de aarde, blijkt na een jaar experimenteren. Een deel van de lisdodde is goed aangeslagen en vormt de basis om op voort te borduren.

Meer water in onze veenbodem helpt ons deze te behouden. Maar veehouderij gaat niet zo goed op een natte bodem. In het Innovatieprogramma Veen onderzoeken we of andere vormen van landbouw wél geschikt zijn voor nattigheid, namelijk de teelt van de natte gewassen: Azolla, lisdodde en veenmos.

De polder Zuiderveen bleek op basis van onderzoek naar de waterkwaliteit niet geschikt voor veenmos; daarom is er met dit gewas (nog) niet gestart in 2018.

Variatie enorm

De lisdodde is dit jaar aangeslagen, maar niet allemaal even goed: de variatie is enorm, vertelt projectleider Martijn Korthorst. Er zijn percelen waar de lisdodde niet of nauwelijks is aangeslagen. De manier van telen lijkt van invloed. De geplante lisdodde ontwikkelt zich gemiddeld genomen goed. De lisdodde geteeld met wortelstokken is dan weer helemaal niet aangeslagen. Lisdodde zaaien leek in beginsel niet te werken: het kwam laat op. Martijn: ‘Gelukkig zien die percelen er inmiddels ook hoopgevend uit. Er groeit veel onkruid maar lisdodde zal uiteindelijk sterker zijn. Het is nu spannend hoe het de winter doorkomt.’

Voeten in de aarde

‘We zijn tevreden maar uiteindelijk blijkt de teelt op deze locatie lastiger dan ingeschat. We dachten: we zetten de planten in de grond en dan gaat het wel goed. In het voorjaar zaten we ons al druk te maken over het oogsten: hoe gaan we dat doen in de nattigheid?’

Maar iets te oogsten is er voorlopig niet. Het kostte veel tijd om de percelen gereed te krijgen in dat zompige veenweidegebied, de bovenlaag af te plaggen, dijkjes aan te leggen. Martijn: ‘Uiteindelijk konden de eerste planten pas in mei in de grond, dat was net iets te laat. Het bleek ook lastig om zoveel planten te krijgen. Niemand kweekt lisdodde in zulke grote hoeveelheden en de kweker had last van de late vorst. Tot overmaat van ramp streken er een hele hoop ganzen neer om van de jonge lisdodde te eten.’ De locatie ligt in een bestaand natuurgebied en nabij het Noordzeekanaal, locaties waar grote aantallen grauwe ganzen broeden, foerageren en slapen. Het voorkomen van vraat is tot nu toe de grootste uitdaging voor de teelt van lisdodde.

Overwonnen

Een hekwerk beschermt de plantjes inmiddels tegen ganzenvraat, maar ook hiermee wordt de vraat door ganzen niet geheel uitgesloten. Het was dus gewoon een erg leerzaam jaar dat richting geeft voor het volgende. ‘De komende jaren gaan we focussen op zaaien. We hebben een aardbeiplantmachine gebruikt voor het planten; dat werkte heel goed maar was ook heel arbeidsintensief. En uiteindelijk wordt de schaal natuurlijk veel groter: wij hebben 28 percelen van 0,3 hectare. Dat was al heel veel werk maar een agrariër lacht om dit oppervlak.’

Lees meer over de plannen voor 2019.

 

Zo werkt de plantmachine: