Knutten in de polder

In de zoektocht of paludicultuur teelten kunnen zijn voor de toekomst in het veenweidegebied is ook gekeken naar enkele randverschijnselen. Is er bijvoorbeeld een toename van plaagsoorten bij paludicultuur waar te nemen? David Tempelman, zelfstandig ecoloog en onderzoeker , heeft binnen het IPV-programma het onderzoek naar knutten uitgevoerd.

Knutten

Knutten zijn een familie muggen, maar dan een stukje kleiner dan de steekmuggen. Hun larven leven vooral op natte modderige vlaktes; je komt ze veel tegen op de scheidslijn tussen land en water. De knutten brengen het grootste deel van hun éénjarige leven onder water door. Daar groeien ze als eitje uit tot larf, de larf wordt een pop en daarna ontpoppen zich tot bijtende muggen. Zolang ze onder water zitten merk je niets van ze maar als de temperatuur in het voorjaar hoog genoeg is, komen ze uit het water en vallen ze aan. Ze zoeken naar bloed, dat ze nodig hebben voor de voortplanting. Knutten zijn voor mensen vooral hinderlijk maar ze brengen  geen ziektes overbrengen die voor de mens gevaarlijk zijn. Echter blauwtong en Schmallenberg, twee virusziektes onder herkauwers, zijn wel gevaarlijke ziektes die door knutten verspreid worden.

Bodemmonsters

David: “Het onderzoek vond plaats in de teeltvakken van de lisdodden op de IPV locatie in het Zuiderveen. In de bodem van de proefvlakken zijn in de maanden april, juni en september waterbodemmonsters genomen met behulp van een steekbuis. De monsters zijn vervolgens in een zeef uitgespoeld. En daarna vindt het tellen plaats met behulp van een lichtbak; hoeveel beestjes zie je en welke beestjes zijn het.”

Hoge aanwezigheid knutten

“Uit het onderzoek komt naar voren dat knutten in grote getalen aanwezig zijn in sommige teeltvakken van lisdodden,” vervolgt David.  “Er kunnen in de teeltvakken wel 10.000 knutten per m2 aanwezig zijn terwijl dat in een ‘normale’ sloot hooguit rond de 100 knutten per m2 ligt. Het blijkt dat deze proefvakken ideale omstandigheden kunnen zijn voor een explosieve groei van knutten. Dat komt vooral door het ondiepe water, zeker wanneer het deels droog komt te liggen in verband met plant- en/of oogstwerkzaamheden.”

Verbinding met ander water

Conclusie van het onderzoek is dat je bij de teelt van lisdodden rekening moet houden met een hoge concentratie aan knutten. Knutten zijn niet zo gemakkelijk uit te roeien. Als paludicultuur verder wordt ontwikkeld is het waarschijnlijk verstandig om het systeem met teeltvakken aan te passen. Daarbij is vooral verbinding met permanent open water in de buurt van belang. Dan is het mogelijk voor waterbeetjes en vissen om in de teeltvakken te komen en zich tegoed te doen aan de eitjes en larven van knutten. Ook stroming in het teeltvak zou kunnen bijdragen aan het in toom houden van de hoeveelheid knutten. Het hele rapport van dit onderzoek kun je hier downloaden.

Proefvak in september 2020 met bijna 10.000 knutten per vierkante meter

Veel larven van knutten in proefvak 1 dd. 8 september 2020 (microscoopbeeld)

Larve, pop, volwassen knutten, midden: een bloedzuigend vrouwtje van het geslacht Culicoides (beeld Wikipedia)
rechts een vrouwtje reuzenknut van het geslacht Sphaeromias, een niet-stekende variant.