In polder Zuiderveen telen we niet alleen lisdodde maar ook Azolla. Azolla is een drijvende varen die je ook op sloten tegenkomt. Het plantje is rijk aan eiwit en daardoor in potentie te gebruiken als veevoer of vleesvervanger. Bovendien is hij in staat razendsnel te groeien, omdat hij met hulp van cyanobacteriën stikstof uit de lucht kan halen én heel goed fosfor uit het water op kan nemen.

Start van de Azollateelt

Azolla wordt eerst vanuit entmateriaal opgekweekt, daarna moet het buiten verder opgroeien in kweekvijvers. Bij onze vaste kweker en in de kassen op de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen is dit jaar een productielijn opgezet om voldoende entmateriaal te kweken (figuur hieronder). Het was in het begin flink puzzelen om op een dergelijke schaal planten te kweken. Wat is de beste methode? Wat hebben de planten nodig qua bemesting en verzorging? Inmiddels hebben we de binnenteelt goed in de vingers en kunnen we voldoende Azolla kweken om het veld te voorzien van kweekgoed.

De voorkweek van Azolla in de kassen van de Radboud Universiteit: links bij de start begin maart en rechts de opschaling naar 10 kweektafels (56m2). Foto’s Bas van de Riet.

Zuiderveen is de kas niet

De planten zijn vanaf eind mei van de kas overgezet naar de proeftuinvakken in het Zuiderveen (figuur onder, links). Het was best spannend hoe de planten, die onder glas zijn opgekweekt, de overgang naar het veld zouden maken – met veel uv-straling en zwak brak water. Na een korte periode waarin de planten het zichtbaar moeilijk hadden, konden ze zich binnen twee weken aanpassen aan de veldcondities.

De groei van Azolla in de kweekvijvers Zuiderveen. Azolla werd vanuit de kas geïntroduceerd in het veld (links). Na enkele weken begonnen planten rood te kleuren. Na toedienen van fosfor herstelden de planten. Foto’s: Bas van de Riet.

Fosfor mogelijk sleutelfactor

Na introductie in het veld groeiden de Azolla’s gestaag verder, echter een explosieve groei werd niet waargenomen. De planten hadden last van geremde groei. Om zich onder die omstandigheden te beschermen tegen uv-straling, maken de planten een rode kleurstof aan. Onderzoek aan de waterchemie en een kleinschalig bemestingsexperiment wezen uit dat de beperking van de groei waarschijnlijk het gevolg was van een gebrek aan fosfor. Na toedienen van extra fosfor herstelde de groei zich en kleurden de planten weer groen; de controle-behandeling zonder extra fosfor bleef rood (figuur hierboven, rechts).

Genoeg aanknopingspunten voor het vervolg

Op dit moment analyseren Onderzoekcentrum B-WARE en de Radboud Universiteit verschillende biomassamonsters. De onderzoekers bepalen hoeveel Azolla geproduceerd is, en zien of een bepaalde verkleuring met een gebrek aan fosfor verband houdt. Daarnaast blijkt het belangrijk om ook ziekten en plagen te onderzoeken: dit seizoen is de Azolla-snuitkever in het Zuiderveen aangetroffen, een exoot die Azolla binnen korte tijd op kan eten. Uit voorzorg zijn in de proefvijvers drijvende kooien geplaatst om de experimenten te beschermen. Tot slot is de sporenvorming van Azolla erg interessant; het wordt namelijk veel makkelijker als je sporen kunt laten ontkiemen en niet eerst plantjes op hoeft te kweken.

Kortom: er zijn genoeg aanknopingspunten om mee verder te gaan. Azolla is nooit eerder in Nederland op deze schaal in het veenweidegebied geteeld. Dit jaar zijn de eerste stappen gezet en is veel geleerd wat werkt, wat problemen geeft en wat nog onderzocht moet worden. Dat zijn stuk voor stuk hele interessante uitdagingen.

Om ziekten en plagen buiten de experimenten te houden zijn sommige drijvers voorzien van een gaaskooi (links).
Rechts: de Azolla-planten blijken massaal sporen te produceren. Deze kiemden ook en kunnen in korte tijd uitgroeien tot nieuwe planten. Dat is een interessante alternatieve methode om de teelt in het veld op te starten. Foto’s: Bas van de Riet.