2019 is bijna achter de rug. In vele opzichten was het een vruchtbaar jaar. We hebben voor het eerst (letterlijk) geoogst en de drukdrains werken naar behoren. Een overzicht.

Natte teelt: pilots komen van de grond

Er is vanuit verschillende sectoren interesse in het gebruik van lisdodde. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bouw. Er lopen verschillende pilotprojecten: er wordt een vogelhut gebouwd in samenwerking met KROWN (die lisdodde verwerkt tot plaatmateriaal met mycelium (schimmels)) en de gemeente Amsterdam isoleert een school met lisdoddeplaat. Er zijn ook initiatieven om papier en textiel te maken van lisdodde.
Er is, kortom, veel interesse. Maar om echt op te kunnen schalen moet het materiaal (voor de bouw) gecertificeerd worden en voldoende beschikbaar zijn. Zover is het nog niet. We hebben lisdodde pas voor het eerst geoogst en de teelt vindt plaats in alleen kleine volumes. Om Azolla stabiel te kunnen telen zijn we nog volop aan het experimenteren. Voor de korte termijn (2030) biedt grootschalige natte teelt nog geen bruikbare oplossing.

Drukdrainage: werkt naar behoren

Intussen werken we wel aan het doel om in 2030 in de Nederlandse veenweidegebieden jaarlijks 1 Mton minder CO2 uit te stoten. Drukdrainage lijkt daarvoor wel een werkbare methode. Ook in de twee droge zomers van afgelopen jaren lukte het onze melkveehouder de grondwaterstand ongeveer op 35 cm onder het maaiveld te houden. Het systeem wordt geautomatiseerd zodat werken met drukdrains ook beter in de agrarische bedrijfsvoering past.

Doen de maatregelen wat we willen?

Dan de hamvraag: stoten percelen met drukdrains of natte teelt minder broeikasgassen uit? We zijn volop aan het meten en het is te vroeg om conclusies te trekken, maar er zijn voorzichtige aanwijzingen dat zowel natte teelt als drukdrainage zorgt voor minder CO2-uitstoot. Er lijkt wel meer methaan vrij te komen bij (vooral) lisdodde, omdat sprake is van een soort schoorsteeneffect. Het is heel belangrijk om de komende jaren te blijven meten en te zoeken naar een optimale combinatie van zoveel mogelijk CO2-reductie en zo weinig mogelijk uitstoot van het veel (circa 28 keer) sterkere broeikasgas methaan.